Vraag & Antwoord

Aangezien wij op de kaart graag informatie willen weergeven die klopt en up to date is kunnen wij samen in de gaten houden of dit het geval is. Het is dus een soort herinnering / waarschuwing om te checken of alles nog klopt.

Als gebruiker kunt u reageren op blogs waarbij het prettig is dat er geen onbehoorlijke reacties of spam op de website komt. Daarbij kunt u favoriten aanmaken en ook beoordelingen van bezochte locaties geven. Het is dan fijn dat wij -en andere gebruikers- kunnen varen op reacties van bekende /vertrouwde gebruikers. Zo helpen wij elkaar.

Wij willen graag dat u zich registreert zodat u zelf die gegevens weergeeft die u zelf belangrijk vindt. We zien veel sites waar de informatie niet meer klopt of dat bedrijven zelfs niet meer bestaan.

Ook bij u kunnen er in de loop van tijd zaken veranderen u bent dus zelf in controle om te zorgen dat uw bezoekers niet te vergeefs langskomen of teleurgesteld zijn over het door u aangeboden assortiment.

U kunt per registratie een locatie/item aanmaken.

Stel u wilt uw bedrijf op onze voorpagina hebben staan. Dan kan dit voor:

2 weken voor € 50

1 maand voor:  € 100

3 maanden voor:  € 250

Aangezien we zorgvuldig bedrijven toevoegen gaat dit niet heel snel. Het liefst zouden we zien dat u uw eigen biologische bedrijf toevoegt. Dit kan eenvoudig door te registreren en een ‘item’ aan te maken. Mocht u hier hulp bij nodig hebben dan zijn wij daartoe altijd bereidt.

Ook kunt u ons uw gegevens mailen dan behandelen wij uw bedrijf met voorrang.

Testfase

Aangezien we op dit moment in de ontwikkelingsfase zitten hopen wij op uw feedback en op en aanmerkingen, tips noemt u maar op.  Graag willen wij u betrekken bij de ontwikkeling van de website. Dat kan op verschillende manieren:

Heeft u een biologisch bedrijf? Registreer en voeg uw biologische bedrijf toe dan kunt u het volgende:

  • Uw bedrijf met gegevens komen op de website te staan;
  • U kunt extra inhoud toevoegen aan  de basale gegevens;
  • U kunt een evenement aanmaken;
  • Dezelfde zaken als ‘gewone’ gebruiker.

U registreert als gebruiker dan kunt u het volgende:

  • U kunt locaties aan uw favorieten toevoegen;
  • U kunt reviews / recensies schrijven;
  • U kunt reageren op posts

Heeft u kennis van de ontwikkelingen op het gebied van biologische voedsel, leuke recepten dan kunt U mee schrijven op ons Bloggedeelte. Neem contact met ons op via de mail of een bericht op de website.

Wat is biologisch eten? (Bron: Voedingscentrum )

Bij de productie van biologisch voedsel wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met milieu, dier en mens. In allerlei voorschriften is vastgelegd wat daaronder wordt verstaan. Het instituut Skal controleert of ze worden nageleefd.

Biologische producten zijn herkenbaar aan het EKO-keurmerk, het Europese keurmerk voor biologische producten en/of de term ‘biologisch’ of vertalingen daarvan (organic, ökologisch, biologique).

Over het algemeen zijn biologische producten net zo gezond en veilig als niet-biologische producten.

 

Inhoud

Omschrijving

Gezondheidseffecten

Veiligheid

Omschrijving

 

Biologisch vlees is in de winkel herkenbaar aan de volgende keurmerken:

 

EKO

Demeter

Europees biologisch

Kenmerken van de biologische landbouw

Veehouders gebruiken biologisch voer voor hun dieren.

Veehouders hebben een diervriendelijke werkwijze: ze geven hun dieren meer ruimte dan in de gangbare veehouderij gebruikelijk is.

Dieren krijgen over het algemeen minder vaak antibiotica.

Boeren gebruiken geen genetische modificatie. Het gebruik van genetisch gemodificeerde ingrediënten, enzymen en diervoer is uitgesloten. Dit wordt in strijd geacht met het natuurlijke karakter van de biologische landbouw.

Biologische landbouw is grondgebonden. Gewassen worden uitsluitend geteeld op grond en bijvoorbeeld niet op water of op een kunstmatige ondergrond zoals steenwol. Het aantal dieren dat wordt gehouden is in evenwicht met het grondoppervlak. De mest moet kunnen worden gebruikt op het eigen land of op land van andere boeren in de streek zodat er geen mestoverschot ontstaat.

De natuurlijke kringloop wordt in stand gehouden. Mest wordt verspreid over het land en zorgt voor voedingsstoffen voor de gewassen. Zo kan er op het land voedsel voor de mensen groeien en voer voor het vee. Niet-gemengde bedrijven als akkerbouwbedrijven of varkenshouderijen werken met elkaar samen om een kringloop te vormen: de mest van het veebedrijf gaat naar het akkerbouwbedrijf en het akkerbouwbedrijf levert weer stro en voer aan het veebedrijf.

Boeren gebruiken geen chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest, maar alleen natuurlijke bestrijdingsmiddelen, zoals kalkzwavel tegen schurft.

Boeren zetten natuurlijke vijanden in om insectenplagen en ziekten te bestrijden, bijvoorbeeld insecten als de sluipwesp of roofwants die zelf niet schadelijk zijn voor de gewassen.

Sommige boeren gebruiken rassen die minder gevoelig zijn voor plagen en ziekten.

Boeren wisselen verschillende soorten gewassen op een stuk land af: wisselteelt. Wanneer er een plaag is helpt het op deze manier om gewassen te planten die minder gevoelig zijn voor plagen. De plaag verdwijnt dan weer.

Biologische verwerking

Verwerkers gebruiken geen chemische kleur-, geur-, en smaakstoffen. De ingrediënten zijn zoveel mogelijk biologisch. Er is slechts een beperkt aantal additieven van natuurlijke oorsprong toegestaan. Het criterium is dat toevoegingen technologisch onmisbaar moeten zijn.

Bij de productie worden zo min mogelijk proceshulpstoffen gebruikt. Dit zijn stoffen die niet in het product zelf zitten, maar worden gebruikt bij de productie, bijvoorbeeld om de structuur van een product te veranderen. Bij de biologische productie zijn alleen hulpstoffen toegestaan die technologisch onmisbaar zijn. Zo mag biologische suiker niet gebleekt worden en biologische margarine wordt niet met een hulpstof gehard. Aan biologische wijn mag wel suiker toegevoegd worden om het alcoholpercentage kunstmatig te verhogen. Bij wijn is sulfiet toegestaan. Bij de productie van biologisch brood mag gebruik gemaakt worden van niet-genetisch gemodificeerde enzymen.

Producten worden niet doorstraald om ze langer houdbaar te maken. De biologische sector wijst dit af, omdat deze methode niet natuurlijk wordt geacht.

Appelbomen worden met de hand gedund in plaats van bespoten, zodat de vruchtjes volledig kunnen groeien.

De biologische vleeskuikenhouderij

Biologische vleeskuikens hebben de meeste ruimte van alle vleeskuikens die gehouden worden. Ze zitten maximaal met z’n tienen op een vierkante meter. Verder krijgen ze biologisch voer en worden ze op latere leeftijd (minimaal 81 dagen) geslacht. Meestal worden langzaamgroeiende rassen gebruikt, om te voorkomen dat de dieren veel te zwaar worden.

 

Daarnaast kunnen vleeskuikens vanaf zes weken oud naar buiten. Ze hebben beschikking over een uitloop naar buiten van minstens 4 vierkante meter per dier. Die kan overdekt zijn of open. De uitloop is begroeid en biedt schuilmogelijkheden. Verder zijn de stallen kleiner (maximaal 4800 kuikens) en is er volop daglicht. De stal moet minimaal acht uur aaneengesloten donker zijn.

 

Voor fokbedrijven en vermeerderaars gelden geen speciale eisen.

 

Biologische rundveehouderij

Biologische rundveehouderijen zijn weer diervriendelijker dan scharrelrundveehouderijen.

 

Veel biologisch melkvee leeft in zogeheten potstallen. Dat zijn andere stallen dan de ligboxen en de grupstallen (zie gangbare rundveehouderij). De potstal is een oud, comfortabel staltype als er voldoende ruimte per koe is. De koeien staan op stro en laten daarin hun mest vallen. Op de laag van stro en mest wordt regelmatig weer nieuw stro geworpen. De bodem van stro en mest wordt zo steeds hoger en één of twee keer per jaar wordt deze uitgemest en over het land uitgereden.Eind 2005 waren er bijna 16.000 melkkoeien (1% van alle koeien) op 305 biologische melkveehouderijbedrijven. De meeste kalveren uit de biologische melkveehouderij gaan naar gangbare vleeskalverhouderijen. Toch zijn er ook enkele biologische vleeskalverhouderijen. Ook deze houderijen kenmerken zich door meer ruimte voor het dier, en ruimte om de wei in te gaan.

 

Voor vleesvee gelden deze eisen:

Koeien hebben meer ruimte, goede lig mogelijkheden en ze kunnen in de zomer de wei in. Dat laatste is goed voor hun natuurlijk gedrag en de poten en de klauwen van het dier.

Biologische boeren hebben minimaal een halve hectare grond ter beschikking.

Er zijn ook algemene regels voor de gezondheid van runderen. Het gebruik van preventieve antibiotica is voor alle runderen verboden. Antibiotica wordt alleen toegepast bij ziekte.

Biologische melkveehouderij

Veel biologisch melkvee wordt gehouden in zogeheten potstallen. De potstal is een oud, comfortabel staltype als er voldoende ruimte per koe is. De koeien staan op stro en laten daarin hun mest vallen. Op de laag van stro en mest wordt regelmatig weer nieuw stro geworpen. De bodem van stro en mest wordt zo steeds hoger. Eén of twee keer per jaar wordt de stal uitgemest en rijdt de boer de mest over het land uit. De koeien gaan in de zomermaanden naar buiten: minimaal 120 dagen per jaar. Bij het ‘droogzetten’ van de koeien worden geen antibiotica gebruikt. In het algemeen geldt dat diergeneesmiddelen alleen mogen worden gebruikt om dieren te genezen, en niet ter preventie.

 

De koeien krijgen minimaal zestig procent ruwvoer. Krachtvoer moet voor het grootste deel biologisch zijn geteeld. Verder mag het geen genetisch gemodificeerde ingrediënten bevatten. Op de weilanden wordt geen gebruik gemaakt van kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Grasland wordt voor een deel ingezaaid met klaver als natuurlijke bemester.

 

Biologisch boeren is duurder. Biologische koeien geven bijna een vijfde minder melk. Ook geven ze de laatste jaren minder melk dan gebruikelijk is, omdat ze langer leven. Verder hebben biologische bedrijven meer land per koe.

 

Voor melkvee gelden deze eisen:

Koeien leven meer dan 120 dagen in de wei

Koeien leven in een ligboxstal of een potstal: de stal bestaat uit een met stro ingestrooide gezamenlijke ligruimte die gescheiden is van het looppad achter het voerhek. De mest blijft liggen en dagelijks bedekt met stro. Een of tweemaal per jaar wordt de opgepotte mest weggehaald. Potstallen zijn vaak aan één kant open waardoor er sprake is van ruime ventilatie

De koe leeft binnen op strooisel

Onthoornen wordt niet routine-matige toegepast. In de biologisch dynamische sector is onthoornen verboden.

De meeste koeien zijn van het ras Frisian Holstein

De biologische varkenshouderij

Biologische vleesvarkens en zeugen hebben meer ruimte dan bij andere soorten houderijen.

Kenmerken zijn:

Vleesvarkens hebben relatief veel ruimte: 1,3 m² en zeugen 2,5 m².

Alle varkens hebben een uitloop naar buiten van 1 tot 2,5 m² per dier. De uitloop van biologische varkens mag maximaal voor driekwart overdekt zijn en moet een verharde vloer hebben in plaats van een rooster.

Niet-zogende zeugen krijgen weidegang: ze mogen vrij in de wei rondlopen. De zogende zeugen hebben ruime hokken, waarin ze niet ingesloten zijn.

Varkens kunnen zich natuurlijk gedragen.

Er sterven meer biggen in het kraamhok dan bij de gangbare varkenshouderij. De reden is dat het biologische zeug niet is ingesloten tussen metalen stangen. De biologische zeug gaat daardoor eerder op haar biggen liggen.

Biologische zeugen zijn vaker kreupel dan gangbaar gehouden varkens. Waarschijnlijk komt dit door de gladde uitlopen naar buiten. Vleesvarkens daarentegen hebben weer minder pootproblemen.

Biologische varkens lopen een wat verhoogd risico op long- en leverschade, omdat ze meer stof en strodeeltjes inademen.

Niet-biologische ingrediënten in samengestelde biologische producten

Biologische producten met meerdere ingrediënten (samengestelde producten) mogen niet-biologische ingrediënten bevatten, als deze niet voldoende biologisch beschikbaar zijn. Maximaal 5% van de ingrediënten mag niet-biologisch zijn. Wijn is wel altijd helemaal biologisch.

 

In de lijst hieronder zie je welke niet-biologische ingrediënten volgens de wet in samengestelde biologische producten mag zitten. Producten verdwijnen van de lijst zodra ze in voldoende mate biologisch beschikbaar zijn.

Welke niet-biologische ingrediënten kunnen zitten in samengestelde biologische producten?
Categorie Producten
Eetbare vruchten, noten en zaden

 

Passievruchten (Maracujas)

Colanoten

Eikels

Kruisbessen

Gedroogde frambozen

Gedroogde rode aalbessen

 

Eetbare specerijen en kruiden

 

Kleine galanga, Peruaanse peper

Mierikswortelzaad

Saffloerbloemen

Waterkerskruid

 

Algen Alle soorten, inclusief zeewier
Oliën en vetten

 

Wel of niet geraffineerd, maar niet chemisch gemodificeerd. Uitzonderingen zijn oliën en vetten van cacao, kokos, olijven, zonnebloem, palm, kool- en raapzaad, saffloer, sesam en soja.

 

Suikers, zetmeel en andere producten op basis van granen en knollen Fructose
Rijstpapier
Ouwel
Zetmeel van rijst en kleefmaïs, niet chemisch gemodificeerd
Dierlijke producten

 

Weipoeder ‘herasuola’
Gelatine
Darmen
Wilde vis en schaal- en schelpdieren
Overig Eiwit uit erwten
Rum bereid uit suikerrietsap
Kirsch bereid op basis van vruchten en smaakstoffen

 

 

Toegestane E-nummers in biologische producten

E170, calciumcarbonaat: gebruik beperkt tot textuur, antiklontermiddel en verdikkingsmiddel

E220, zwaveldioxide: wijn gemaakt van biologische druiven, totale hoeveelheid sulfiet tot 50% van de toegelaten dosis in gangbare wijn.

E224, kaliummetabisulfiet: wijn gemaakt van biologische druiven, totale hoeveelheid sulfiet tot 50% van de toegelaten dosis in gangbare wijn.

E270, melkzuur

E290, kooldioxide

E296, appelzuur

E300, l-ascorbinezuur

E306, tocoferolextract

E322, lecithinen

E330, citroenzuur

E333, calciumcitraten

E334, l(+)-wijnsteenzuur

E335, natriumtatraten

E336, kaliumtatraten

E341 (i), monocalciumfosfaat

E400, alginezuur

E401, natriumalginaat

E402, kaliumalginaat

E406, agar-agar

E407, carrageen

E410, johannesbroodpitmeel

E412, guarpitmeel, guargom

E413, tragacanth

E414, Arabische gom, acaciagom

E415, xanthaangom

E416, karayagom

E422, glycerol

E440(i), pectine

E500, natriumcarbonaten (baksoda)

E501, kaliumcarbonaten

E503, ammoniumcarbonaten

E504, magnesiumcarbonaten

E509, calciumchloride

E516, calciumsulfaat

E524, natriumhydroxide

E551, siliciumdioxide

E938, argon

E941, stikstof

E948, zuurstof

E1105, lysozym, gebruik beperkt tot conserveermiddel in kaas

Voor kaas gelden deze eisen:

Biologische kaas is gemaakt van biologische melk

Er mogen geen kleurstoffen aan worden toegevoegd. Biologische kaas is in de winter vaak wat bleker, omdat er minder caroteen in zit, dat koeien buiten via het voer binnenkrijgen.

Gezondheidseffecten

 

Over het algemeen zijn biologische producten net zo gezond als niet-biologische producten. In sommige biologische producten zijn hogere gehaltes gemeten aan vitamine C, mineralen en bioactieve stoffen. Ook zit er soms minder water in en kan de vetzuursamenstelling van melk anders zijn.

 

Het is echter niet aan te geven hoe groot de verschillen tussen biologische en gangbare producten precies zijn. De variatie tussen biologische producten is groot en dit hangt ook af van seizoen, regio en gebruikte rassen. Verder bepaalt niet een enkel product maar de samenstelling van alles wat gegeten en gedronken wordt hoe gezond je eet.

 

Veiligheid

Over het algemeen zijn biologische producten zijn net zo veilig als niet-biologische producten.

Op de volgende punten onderscheiden biologische producten zich positief ten opzichte van gangbare producten:

Biologische groenten en fruit bevatten meestal minder resten van bestrijdingsmiddelen.

Biologische groenten bevatten soms minder nitraat, mogelijk doordat ze beperkt worden bemest.

De kans dat er te veel resten van diergeneesmiddelen in biologische melk- en vleesproducten zitten, is klein. Biologische boeren gebruiken minder structureel diergeneesmiddelen en wachten langer dan ‘gangbare’ boeren voordat een dier dat geneesmiddelen heeft gehad, wordt gemolken of geslacht, zodat een groter deel van het geneesmiddel uit het dier zal zijn verdwenen.

Dieren uit de biologisch sector krijgen over het algemeen minder vaak antibiotica. De leefomstandigheden van het dier zijn erop gericht om de natuurlijke weerstand zoveel mogelijk te bevorderen.

In de biologische landbouw kunnen dieren zich meer natuurlijk gedragen. Dat levert minder stress op en een betere natuurlijke weerstand. De dieren worden minder snel ziek en herstellen eerder bij infecties. Als dieren trager groeien en langer leven, kunnen ze over bepaalde infecties heengroeien, zoals een infectie met salmonella. Daarmee is het risico op salmonellabesmetting bij consumenten ook kleiner.

 

Op de volgende punten onderscheiden biologische producten zich negatief ten opzichte van gangbare producten:

In de biologische veehouderij is er een grotere kans dat dieren besmet worden met bacteriën of parasieten. Biologisch gehouden dieren kunnen naar buiten en komen daardoor in contact met dieren in de omgeving. Daardoor lopen ze in theorie meer kans besmet te worden met bijvoorbeeld salmonella of campylobacter of een parasiet, zoals toxoplasma. Overigens geldt dit ook voor producten uit andere, gangbare houderij systemen waar de dieren een uitloop hebben, zoals bij scharrel-met-uitloopeieren, graseieren en scharrelvlees.

Vastgesteld is dat biologische eieren gemiddeld meer dioxine bevatten dan niet-biologische. Een mogelijke verklaring is dat biologische kippen met de grond die ze buiten oppikken meer dioxine binnenkrijgen. Het probleem speelt niet bij vleeskuikens. Die leven zo kort dat ze weinig dioxine opbouwen in hun vetweefsel.

 

Gangbaar en biologisch komen overeen op deze punten:

In biologische granen worden geen hogere gehalten aan schimmelgifstoffen aangetroffen. Omdat de biologische landbouw geen chemische bestrijdingsmiddelen tegen schimmel gebruikt, wordt weleens verondersteld dat biologische granen meer schimmelgifstoffen kunnen bevatten dan gangbaar geteeld granen.

Het is niet bekend of biologische producten meer of minder van de plantaardige gifstoffen fytotoxinen bevatten. Op dit moment gebruiken biologische boeren vaak nog dezelfde rassen als gangbare boeren. Het Louis Bolk Instituut is bezig rassen te ontwikkelen voor de biologische landbouw.

Biologisch keurmerk en woord ‘biologisch’ 

Als het biologisch keurmerk op een verpakking staat, heb je de garantie dat je een biologisch kwaliteitsproduct in handen hebt en voldoet aan strenge Europese wetgeving. Het keurmerk wordt verstrekt door Skal Biocontrole, de onafhankelijke certificeerder en toezichthouder. Skal ziet erop toe dat de wettelijke regels worden nageleefd, controleert de bedrijven door aangekondigde en onaangekondigde inspecties en deelt sancties en boetes uit als dat nodig is. Het biologische keurmerk wordt door alle landen in de EU gebruikt en elk land zorgt voor de controle. Ook het woord ‘biologisch’ is trouwens wettelijk beschermd, net als de aanduidingen bio, eko en organic. Een product mag je dus niet zomaar biologisch noemen. Zodra dit woord gebruikt wordt op een verpakking, is een bedrijf verplicht zich vooraf aan te melden bij Skal om gecertificeerd te worden.

Biologisch keurmerk EU(1)

Zie ook: wat is biologisch?

Naast het biologische keurmerk kunnen producten aanvullende keurmerken dragen.

 

EKO-keurmerk

Naast het Europees biologisch keurmerk mag ook het Nederlandse EKO-keurmerk gebruikt worden. Eerder was dat het algemene keurmerk voor biologische producten in Nederland, vandaar dat veel mensen dit keurmerk kennen. Het EKO-keurmerk geeft aan dat een product gecontroleerd biologisch is en bovendien afkomstig is van een bedrijf dat extra aandacht besteedt aan duurzaamheid.

EKO keurmerk

Zie ook: www.ekokeurmerk.nl

 

Demeter keurmerk

Biologisch-dynamische producten zijn herkenbaar aan het Demeter-keurmerk. Stichting Demeter is hiervoor verantwoordelijk. Alle BD-producten moeten óók het verplichte biologisch keurmerk dragen. Boeren en verwerkers die daarnaast voldoen aan de Demeter-normen en -richtlijnen ontvangen na de controle een Demeter-certificaat en mogen het Demeter-keurmerk voeren. Het Demeter-keurmerk op de verpakking of groentekist is de garantie dat het product daadwerkelijk afkomstig is uit de biodynamische landbouw.

Stichting Demeter is houder van het Demeter-keurmerk voor Nederland en Vlaanderen. De Demeter Voorwaarden Commissie stelt normen op voor deze landen op basis van de wereldwijd geldende Demeter Standards van Demeter Internationaal. De onafhankelijke Demeter Licentie Commissie kent de Demeter-certificaten toe op basis van controles.

Demeter keurmerk

Zie ook: www.stichtingdemeter.nl

 

3 sterren Beter Leven Kenmerk

De Dierenbescherming heeft een keurmerk ontwikkeld, het Beter Leven kenmerk, om diervriendelijker boerderijen te onderscheiden en dit duidelijk te maken aan de consument. Daarmee willen ze bedrijven met ‘landbouwhuisdieren’, zoals varkens,  kippen,  koeien en kalveren stimuleren om diervriendelijker te gaan werken. De Dierenbescherming heeft de regels hiervoor opgesteld en deze worden gecontroleerd door een onafhankelijke instantie. Het keurmerk heeft 3 verschillende niveaus, zichtbaar aan 1, 2 of 3 sterren.

Eén ster staat op vlees en eiproducten die een kleine verbetering zijn wat betreft dierenwelzijn (ten opzichte van gangbare vleesproducten). Twee sterren staan op producten die wat verder gaan en drie sterren, de hoogste waardering, zijn normen die vergelijkbaar zijn met de biologische regels. Vandaar dat het Beter Leven kenmerk met deze hoogste waardering van dierenwelzijn ook te vinden is op biologische producten.

Meer info: zie www.beterleven.dierenbescherming.nl

Beter Leven keurmerk

 

 

 

Bij de productie van biologisch voedsel wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met milieu, dier en mens. In allerlei voorschriften is vastgelegd wat daaronder wordt verstaan. Het instituut Skal controleert of ze worden nageleefd.

Biologische producten zijn herkenbaar aan het EKO-keurmerk, het Europese keurmerk voor biologische producten en/of de term ‘biologisch’ of vertalingen daarvan (organic, ökologisch, biologique).

Over het algemeen zijn biologische producten net zo gezond en veilig als niet-biologische producten.

Kenmerken van de biologische landbouw

  • Veehouders gebruiken biologisch voer voor hun dieren.
  • Veehouders hebben een diervriendelijke werkwijze: ze geven hun dieren meer ruimte dan in de gangbare veehouderij gebruikelijk is.
  • Dieren krijgen over het algemeen minder vaak antibiotica.
  • Boeren gebruiken geen genetische modificatie. Het gebruik van genetisch gemodificeerde ingrediënten, enzymen en diervoer is uitgesloten. Dit wordt in strijd geacht met het natuurlijke karakter van de biologische landbouw.
  • Biologische landbouw is grondgebonden. Gewassen worden uitsluitend geteeld op grond en bijvoorbeeld niet op water of op een kunstmatige ondergrond zoals steenwol. Het aantal dieren dat wordt gehouden is in evenwicht met het grondoppervlak. De mest moet kunnen worden gebruikt op het eigen land of op land van andere boeren in de streek zodat er geen mestoverschot ontstaat.
  • De natuurlijke kringloop wordt in stand gehouden. Mest wordt verspreid over het land en zorgt voor voedingsstoffen voor de gewassen. Zo kan er op het land voedsel voor de mensen groeien en voer voor het vee. Niet-gemengde bedrijven als akkerbouwbedrijven of varkenshouderijen werken met elkaar samen om een kringloop te vormen: de mest van het veebedrijf gaat naar het akkerbouwbedrijf en het akkerbouwbedrijf levert weer stro en voer aan het veebedrijf.
  • Boeren gebruiken geen chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest, maar alleen natuurlijke bestrijdingsmiddelen, zoals kalkzwavel tegen schurft.
  • Boeren zetten natuurlijke vijanden in om insectenplagen en ziekten te bestrijden, bijvoorbeeld insecten als de sluipwesp of roofwants die zelf niet schadelijk zijn voor de gewassen.
  • Sommige boeren gebruiken rassen die minder gevoelig zijn voor plagen en ziekten.
  • Boeren wisselen verschillende soorten gewassen op een stuk land af: wisselteelt. Wanneer er een plaag is helpt het op deze manier om gewassen te planten die minder gevoelig zijn voor plagen. De plaag verdwijnt dan weer. Bron: Voedingscentrum 

Wat is biologisch eten? (Bron: Voedingscentrum )

Bij de productie van biologisch voedsel wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met milieu, dier en mens. In allerlei voorschriften is vastgelegd wat daaronder wordt verstaan. Het instituut Skal controleert of ze worden nageleefd.

Biologische producten zijn herkenbaar aan het EKO-keurmerk, het Europese keurmerk voor biologische producten en/of de term ‘biologisch’ of vertalingen daarvan (organic, ökologisch, biologique).

Over het algemeen zijn biologische producten net zo gezond en veilig als niet-biologische producten.

 

Inhoud

Omschrijving

Gezondheidseffecten

Veiligheid

Omschrijving

 

Biologisch vlees is in de winkel herkenbaar aan de volgende keurmerken:

 

EKO

Demeter

Europees biologisch

Kenmerken van de biologische landbouw

Veehouders gebruiken biologisch voer voor hun dieren.

Veehouders hebben een diervriendelijke werkwijze: ze geven hun dieren meer ruimte dan in de gangbare veehouderij gebruikelijk is.

Dieren krijgen over het algemeen minder vaak antibiotica.

Boeren gebruiken geen genetische modificatie. Het gebruik van genetisch gemodificeerde ingrediënten, enzymen en diervoer is uitgesloten. Dit wordt in strijd geacht met het natuurlijke karakter van de biologische landbouw.

Biologische landbouw is grondgebonden. Gewassen worden uitsluitend geteeld op grond en bijvoorbeeld niet op water of op een kunstmatige ondergrond zoals steenwol. Het aantal dieren dat wordt gehouden is in evenwicht met het grondoppervlak. De mest moet kunnen worden gebruikt op het eigen land of op land van andere boeren in de streek zodat er geen mestoverschot ontstaat.

De natuurlijke kringloop wordt in stand gehouden. Mest wordt verspreid over het land en zorgt voor voedingsstoffen voor de gewassen. Zo kan er op het land voedsel voor de mensen groeien en voer voor het vee. Niet-gemengde bedrijven als akkerbouwbedrijven of varkenshouderijen werken met elkaar samen om een kringloop te vormen: de mest van het veebedrijf gaat naar het akkerbouwbedrijf en het akkerbouwbedrijf levert weer stro en voer aan het veebedrijf.

Boeren gebruiken geen chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest, maar alleen natuurlijke bestrijdingsmiddelen, zoals kalkzwavel tegen schurft.

Boeren zetten natuurlijke vijanden in om insectenplagen en ziekten te bestrijden, bijvoorbeeld insecten als de sluipwesp of roofwants die zelf niet schadelijk zijn voor de gewassen.

Sommige boeren gebruiken rassen die minder gevoelig zijn voor plagen en ziekten.

Boeren wisselen verschillende soorten gewassen op een stuk land af: wisselteelt. Wanneer er een plaag is helpt het op deze manier om gewassen te planten die minder gevoelig zijn voor plagen. De plaag verdwijnt dan weer.

Biologische verwerking

Verwerkers gebruiken geen chemische kleur-, geur-, en smaakstoffen. De ingrediënten zijn zoveel mogelijk biologisch. Er is slechts een beperkt aantal additieven van natuurlijke oorsprong toegestaan. Het criterium is dat toevoegingen technologisch onmisbaar moeten zijn.

Bij de productie worden zo min mogelijk proceshulpstoffen gebruikt. Dit zijn stoffen die niet in het product zelf zitten, maar worden gebruikt bij de productie, bijvoorbeeld om de structuur van een product te veranderen. Bij de biologische productie zijn alleen hulpstoffen toegestaan die technologisch onmisbaar zijn. Zo mag biologische suiker niet gebleekt worden en biologische margarine wordt niet met een hulpstof gehard. Aan biologische wijn mag wel suiker toegevoegd worden om het alcoholpercentage kunstmatig te verhogen. Bij wijn is sulfiet toegestaan. Bij de productie van biologisch brood mag gebruik gemaakt worden van niet-genetisch gemodificeerde enzymen.

Producten worden niet doorstraald om ze langer houdbaar te maken. De biologische sector wijst dit af, omdat deze methode niet natuurlijk wordt geacht.

Appelbomen worden met de hand gedund in plaats van bespoten, zodat de vruchtjes volledig kunnen groeien.

De biologische vleeskuikenhouderij

Biologische vleeskuikens hebben de meeste ruimte van alle vleeskuikens die gehouden worden. Ze zitten maximaal met z’n tienen op een vierkante meter. Verder krijgen ze biologisch voer en worden ze op latere leeftijd (minimaal 81 dagen) geslacht. Meestal worden langzaamgroeiende rassen gebruikt, om te voorkomen dat de dieren veel te zwaar worden.

 

Daarnaast kunnen vleeskuikens vanaf zes weken oud naar buiten. Ze hebben beschikking over een uitloop naar buiten van minstens 4 vierkante meter per dier. Die kan overdekt zijn of open. De uitloop is begroeid en biedt schuilmogelijkheden. Verder zijn de stallen kleiner (maximaal 4800 kuikens) en is er volop daglicht. De stal moet minimaal acht uur aaneengesloten donker zijn.

 

Voor fokbedrijven en vermeerderaars gelden geen speciale eisen.

 

Biologische rundveehouderij

Biologische rundveehouderijen zijn weer diervriendelijker dan scharrelrundveehouderijen.

 

Veel biologisch melkvee leeft in zogeheten potstallen. Dat zijn andere stallen dan de ligboxen en de grupstallen (zie gangbare rundveehouderij). De potstal is een oud, comfortabel staltype als er voldoende ruimte per koe is. De koeien staan op stro en laten daarin hun mest vallen. Op de laag van stro en mest wordt regelmatig weer nieuw stro geworpen. De bodem van stro en mest wordt zo steeds hoger en één of twee keer per jaar wordt deze uitgemest en over het land uitgereden.Eind 2005 waren er bijna 16.000 melkkoeien (1% van alle koeien) op 305 biologische melkveehouderijbedrijven. De meeste kalveren uit de biologische melkveehouderij gaan naar gangbare vleeskalverhouderijen. Toch zijn er ook enkele biologische vleeskalverhouderijen. Ook deze houderijen kenmerken zich door meer ruimte voor het dier, en ruimte om de wei in te gaan.

 

Voor vleesvee gelden deze eisen:

Koeien hebben meer ruimte, goede lig mogelijkheden en ze kunnen in de zomer de wei in. Dat laatste is goed voor hun natuurlijk gedrag en de poten en de klauwen van het dier.

Biologische boeren hebben minimaal een halve hectare grond ter beschikking.

Er zijn ook algemene regels voor de gezondheid van runderen. Het gebruik van preventieve antibiotica is voor alle runderen verboden. Antibiotica wordt alleen toegepast bij ziekte.

Biologische melkveehouderij

Veel biologisch melkvee wordt gehouden in zogeheten potstallen. De potstal is een oud, comfortabel staltype als er voldoende ruimte per koe is. De koeien staan op stro en laten daarin hun mest vallen. Op de laag van stro en mest wordt regelmatig weer nieuw stro geworpen. De bodem van stro en mest wordt zo steeds hoger. Eén of twee keer per jaar wordt de stal uitgemest en rijdt de boer de mest over het land uit. De koeien gaan in de zomermaanden naar buiten: minimaal 120 dagen per jaar. Bij het ‘droogzetten’ van de koeien worden geen antibiotica gebruikt. In het algemeen geldt dat diergeneesmiddelen alleen mogen worden gebruikt om dieren te genezen, en niet ter preventie.

 

De koeien krijgen minimaal zestig procent ruwvoer. Krachtvoer moet voor het grootste deel biologisch zijn geteeld. Verder mag het geen genetisch gemodificeerde ingrediënten bevatten. Op de weilanden wordt geen gebruik gemaakt van kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Grasland wordt voor een deel ingezaaid met klaver als natuurlijke bemester.

 

Biologisch boeren is duurder. Biologische koeien geven bijna een vijfde minder melk. Ook geven ze de laatste jaren minder melk dan gebruikelijk is, omdat ze langer leven. Verder hebben biologische bedrijven meer land per koe.

 

Voor melkvee gelden deze eisen:

Koeien leven meer dan 120 dagen in de wei

Koeien leven in een ligboxstal of een potstal: de stal bestaat uit een met stro ingestrooide gezamenlijke ligruimte die gescheiden is van het looppad achter het voerhek. De mest blijft liggen en dagelijks bedekt met stro. Een of tweemaal per jaar wordt de opgepotte mest weggehaald. Potstallen zijn vaak aan één kant open waardoor er sprake is van ruime ventilatie

De koe leeft binnen op strooisel

Onthoornen wordt niet routine-matige toegepast. In de biologisch dynamische sector is onthoornen verboden.

De meeste koeien zijn van het ras Frisian Holstein

De biologische varkenshouderij

Biologische vleesvarkens en zeugen hebben meer ruimte dan bij andere soorten houderijen.

Kenmerken zijn:

Vleesvarkens hebben relatief veel ruimte: 1,3 m² en zeugen 2,5 m².

Alle varkens hebben een uitloop naar buiten van 1 tot 2,5 m² per dier. De uitloop van biologische varkens mag maximaal voor driekwart overdekt zijn en moet een verharde vloer hebben in plaats van een rooster.

Niet-zogende zeugen krijgen weidegang: ze mogen vrij in de wei rondlopen. De zogende zeugen hebben ruime hokken, waarin ze niet ingesloten zijn.

Varkens kunnen zich natuurlijk gedragen.

Er sterven meer biggen in het kraamhok dan bij de gangbare varkenshouderij. De reden is dat het biologische zeug niet is ingesloten tussen metalen stangen. De biologische zeug gaat daardoor eerder op haar biggen liggen.

Biologische zeugen zijn vaker kreupel dan gangbaar gehouden varkens. Waarschijnlijk komt dit door de gladde uitlopen naar buiten. Vleesvarkens daarentegen hebben weer minder pootproblemen.

Biologische varkens lopen een wat verhoogd risico op long- en leverschade, omdat ze meer stof en strodeeltjes inademen.

Niet-biologische ingrediënten in samengestelde biologische producten

Biologische producten met meerdere ingrediënten (samengestelde producten) mogen niet-biologische ingrediënten bevatten, als deze niet voldoende biologisch beschikbaar zijn. Maximaal 5% van de ingrediënten mag niet-biologisch zijn. Wijn is wel altijd helemaal biologisch.

 

In de lijst hieronder zie je welke niet-biologische ingrediënten volgens de wet in samengestelde biologische producten mag zitten. Producten verdwijnen van de lijst zodra ze in voldoende mate biologisch beschikbaar zijn.

Welke niet-biologische ingrediënten kunnen zitten in samengestelde biologische producten?
Categorie Producten
Eetbare vruchten, noten en zaden

 

Passievruchten (Maracujas)

Colanoten

Eikels

Kruisbessen

Gedroogde frambozen

Gedroogde rode aalbessen

 

Eetbare specerijen en kruiden

 

Kleine galanga, Peruaanse peper

Mierikswortelzaad

Saffloerbloemen

Waterkerskruid

 

Algen Alle soorten, inclusief zeewier
Oliën en vetten

 

Wel of niet geraffineerd, maar niet chemisch gemodificeerd. Uitzonderingen zijn oliën en vetten van cacao, kokos, olijven, zonnebloem, palm, kool- en raapzaad, saffloer, sesam en soja.

 

Suikers, zetmeel en andere producten op basis van granen en knollen Fructose
Rijstpapier
Ouwel
Zetmeel van rijst en kleefmaïs, niet chemisch gemodificeerd
Dierlijke producten

 

Weipoeder ‘herasuola’
Gelatine
Darmen
Wilde vis en schaal- en schelpdieren
Overig Eiwit uit erwten
Rum bereid uit suikerrietsap
Kirsch bereid op basis van vruchten en smaakstoffen

 

 

Toegestane E-nummers in biologische producten

E170, calciumcarbonaat: gebruik beperkt tot textuur, antiklontermiddel en verdikkingsmiddel

E220, zwaveldioxide: wijn gemaakt van biologische druiven, totale hoeveelheid sulfiet tot 50% van de toegelaten dosis in gangbare wijn.

E224, kaliummetabisulfiet: wijn gemaakt van biologische druiven, totale hoeveelheid sulfiet tot 50% van de toegelaten dosis in gangbare wijn.

E270, melkzuur

E290, kooldioxide

E296, appelzuur

E300, l-ascorbinezuur

E306, tocoferolextract

E322, lecithinen

E330, citroenzuur

E333, calciumcitraten

E334, l(+)-wijnsteenzuur

E335, natriumtatraten

E336, kaliumtatraten

E341 (i), monocalciumfosfaat

E400, alginezuur

E401, natriumalginaat

E402, kaliumalginaat

E406, agar-agar

E407, carrageen

E410, johannesbroodpitmeel

E412, guarpitmeel, guargom

E413, tragacanth

E414, Arabische gom, acaciagom

E415, xanthaangom

E416, karayagom

E422, glycerol

E440(i), pectine

E500, natriumcarbonaten (baksoda)

E501, kaliumcarbonaten

E503, ammoniumcarbonaten

E504, magnesiumcarbonaten

E509, calciumchloride

E516, calciumsulfaat

E524, natriumhydroxide

E551, siliciumdioxide

E938, argon

E941, stikstof

E948, zuurstof

E1105, lysozym, gebruik beperkt tot conserveermiddel in kaas

Voor kaas gelden deze eisen:

Biologische kaas is gemaakt van biologische melk

Er mogen geen kleurstoffen aan worden toegevoegd. Biologische kaas is in de winter vaak wat bleker, omdat er minder caroteen in zit, dat koeien buiten via het voer binnenkrijgen.

Gezondheidseffecten

 

Over het algemeen zijn biologische producten net zo gezond als niet-biologische producten. In sommige biologische producten zijn hogere gehaltes gemeten aan vitamine C, mineralen en bioactieve stoffen. Ook zit er soms minder water in en kan de vetzuursamenstelling van melk anders zijn.

 

Het is echter niet aan te geven hoe groot de verschillen tussen biologische en gangbare producten precies zijn. De variatie tussen biologische producten is groot en dit hangt ook af van seizoen, regio en gebruikte rassen. Verder bepaalt niet een enkel product maar de samenstelling van alles wat gegeten en gedronken wordt hoe gezond je eet.

 

Veiligheid

Over het algemeen zijn biologische producten zijn net zo veilig als niet-biologische producten.

Op de volgende punten onderscheiden biologische producten zich positief ten opzichte van gangbare producten:

Biologische groenten en fruit bevatten meestal minder resten van bestrijdingsmiddelen.

Biologische groenten bevatten soms minder nitraat, mogelijk doordat ze beperkt worden bemest.

De kans dat er te veel resten van diergeneesmiddelen in biologische melk- en vleesproducten zitten, is klein. Biologische boeren gebruiken minder structureel diergeneesmiddelen en wachten langer dan ‘gangbare’ boeren voordat een dier dat geneesmiddelen heeft gehad, wordt gemolken of geslacht, zodat een groter deel van het geneesmiddel uit het dier zal zijn verdwenen.

Dieren uit de biologisch sector krijgen over het algemeen minder vaak antibiotica. De leefomstandigheden van het dier zijn erop gericht om de natuurlijke weerstand zoveel mogelijk te bevorderen.

In de biologische landbouw kunnen dieren zich meer natuurlijk gedragen. Dat levert minder stress op en een betere natuurlijke weerstand. De dieren worden minder snel ziek en herstellen eerder bij infecties. Als dieren trager groeien en langer leven, kunnen ze over bepaalde infecties heengroeien, zoals een infectie met salmonella. Daarmee is het risico op salmonellabesmetting bij consumenten ook kleiner.

 

Op de volgende punten onderscheiden biologische producten zich negatief ten opzichte van gangbare producten:

In de biologische veehouderij is er een grotere kans dat dieren besmet worden met bacteriën of parasieten. Biologisch gehouden dieren kunnen naar buiten en komen daardoor in contact met dieren in de omgeving. Daardoor lopen ze in theorie meer kans besmet te worden met bijvoorbeeld salmonella of campylobacter of een parasiet, zoals toxoplasma. Overigens geldt dit ook voor producten uit andere, gangbare houderij systemen waar de dieren een uitloop hebben, zoals bij scharrel-met-uitloopeieren, graseieren en scharrelvlees.

Vastgesteld is dat biologische eieren gemiddeld meer dioxine bevatten dan niet-biologische. Een mogelijke verklaring is dat biologische kippen met de grond die ze buiten oppikken meer dioxine binnenkrijgen. Het probleem speelt niet bij vleeskuikens. Die leven zo kort dat ze weinig dioxine opbouwen in hun vetweefsel.

 

Gangbaar en biologisch komen overeen op deze punten:

In biologische granen worden geen hogere gehalten aan schimmelgifstoffen aangetroffen. Omdat de biologische landbouw geen chemische bestrijdingsmiddelen tegen schimmel gebruikt, wordt weleens verondersteld dat biologische granen meer schimmelgifstoffen kunnen bevatten dan gangbaar geteeld granen.

Het is niet bekend of biologische producten meer of minder van de plantaardige gifstoffen fytotoxinen bevatten. Op dit moment gebruiken biologische boeren vaak nog dezelfde rassen als gangbare boeren. Het Louis Bolk Instituut is bezig rassen te ontwikkelen voor de biologische landbouw.

Bij de productie van biologisch voedsel wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met milieu, dier en mens. In allerlei voorschriften is vastgelegd wat daaronder wordt verstaan. Het instituut Skal controleert of ze worden nageleefd.

Biologische producten zijn herkenbaar aan het EKO-keurmerk, het Europese keurmerk voor biologische producten en/of de term ‘biologisch’ of vertalingen daarvan (organic, ökologisch, biologique).

Over het algemeen zijn biologische producten net zo gezond en veilig als niet-biologische producten.

Kenmerken van de biologische landbouw

  • Veehouders gebruiken biologisch voer voor hun dieren.
  • Veehouders hebben een diervriendelijke werkwijze: ze geven hun dieren meer ruimte dan in de gangbare veehouderij gebruikelijk is.
  • Dieren krijgen over het algemeen minder vaak antibiotica.
  • Boeren gebruiken geen genetische modificatie. Het gebruik van genetisch gemodificeerde ingrediënten, enzymen en diervoer is uitgesloten. Dit wordt in strijd geacht met het natuurlijke karakter van de biologische landbouw.
  • Biologische landbouw is grondgebonden. Gewassen worden uitsluitend geteeld op grond en bijvoorbeeld niet op water of op een kunstmatige ondergrond zoals steenwol. Het aantal dieren dat wordt gehouden is in evenwicht met het grondoppervlak. De mest moet kunnen worden gebruikt op het eigen land of op land van andere boeren in de streek zodat er geen mestoverschot ontstaat.
  • De natuurlijke kringloop wordt in stand gehouden. Mest wordt verspreid over het land en zorgt voor voedingsstoffen voor de gewassen. Zo kan er op het land voedsel voor de mensen groeien en voer voor het vee. Niet-gemengde bedrijven als akkerbouwbedrijven of varkenshouderijen werken met elkaar samen om een kringloop te vormen: de mest van het veebedrijf gaat naar het akkerbouwbedrijf en het akkerbouwbedrijf levert weer stro en voer aan het veebedrijf.
  • Boeren gebruiken geen chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest, maar alleen natuurlijke bestrijdingsmiddelen, zoals kalkzwavel tegen schurft.
  • Boeren zetten natuurlijke vijanden in om insectenplagen en ziekten te bestrijden, bijvoorbeeld insecten als de sluipwesp of roofwants die zelf niet schadelijk zijn voor de gewassen.
  • Sommige boeren gebruiken rassen die minder gevoelig zijn voor plagen en ziekten.
  • Boeren wisselen verschillende soorten gewassen op een stuk land af: wisselteelt. Wanneer er een plaag is helpt het op deze manier om gewassen te planten die minder gevoelig zijn voor plagen. De plaag verdwijnt dan weer. Bron: Voedingscentrum 

Biologisch keurmerk en woord ‘biologisch’ 

Als het biologisch keurmerk op een verpakking staat, heb je de garantie dat je een biologisch kwaliteitsproduct in handen hebt en voldoet aan strenge Europese wetgeving. Het keurmerk wordt verstrekt door Skal Biocontrole, de onafhankelijke certificeerder en toezichthouder. Skal ziet erop toe dat de wettelijke regels worden nageleefd, controleert de bedrijven door aangekondigde en onaangekondigde inspecties en deelt sancties en boetes uit als dat nodig is. Het biologische keurmerk wordt door alle landen in de EU gebruikt en elk land zorgt voor de controle. Ook het woord ‘biologisch’ is trouwens wettelijk beschermd, net als de aanduidingen bio, eko en organic. Een product mag je dus niet zomaar biologisch noemen. Zodra dit woord gebruikt wordt op een verpakking, is een bedrijf verplicht zich vooraf aan te melden bij Skal om gecertificeerd te worden.

Biologisch keurmerk EU(1)

Zie ook: wat is biologisch?

Naast het biologische keurmerk kunnen producten aanvullende keurmerken dragen.

 

EKO-keurmerk

Naast het Europees biologisch keurmerk mag ook het Nederlandse EKO-keurmerk gebruikt worden. Eerder was dat het algemene keurmerk voor biologische producten in Nederland, vandaar dat veel mensen dit keurmerk kennen. Het EKO-keurmerk geeft aan dat een product gecontroleerd biologisch is en bovendien afkomstig is van een bedrijf dat extra aandacht besteedt aan duurzaamheid.

EKO keurmerk

Zie ook: www.ekokeurmerk.nl

 

Demeter keurmerk

Biologisch-dynamische producten zijn herkenbaar aan het Demeter-keurmerk. Stichting Demeter is hiervoor verantwoordelijk. Alle BD-producten moeten óók het verplichte biologisch keurmerk dragen. Boeren en verwerkers die daarnaast voldoen aan de Demeter-normen en -richtlijnen ontvangen na de controle een Demeter-certificaat en mogen het Demeter-keurmerk voeren. Het Demeter-keurmerk op de verpakking of groentekist is de garantie dat het product daadwerkelijk afkomstig is uit de biodynamische landbouw.

Stichting Demeter is houder van het Demeter-keurmerk voor Nederland en Vlaanderen. De Demeter Voorwaarden Commissie stelt normen op voor deze landen op basis van de wereldwijd geldende Demeter Standards van Demeter Internationaal. De onafhankelijke Demeter Licentie Commissie kent de Demeter-certificaten toe op basis van controles.

Demeter keurmerk

Zie ook: www.stichtingdemeter.nl

 

3 sterren Beter Leven Kenmerk

De Dierenbescherming heeft een keurmerk ontwikkeld, het Beter Leven kenmerk, om diervriendelijker boerderijen te onderscheiden en dit duidelijk te maken aan de consument. Daarmee willen ze bedrijven met ‘landbouwhuisdieren’, zoals varkens,  kippen,  koeien en kalveren stimuleren om diervriendelijker te gaan werken. De Dierenbescherming heeft de regels hiervoor opgesteld en deze worden gecontroleerd door een onafhankelijke instantie. Het keurmerk heeft 3 verschillende niveaus, zichtbaar aan 1, 2 of 3 sterren.

Eén ster staat op vlees en eiproducten die een kleine verbetering zijn wat betreft dierenwelzijn (ten opzichte van gangbare vleesproducten). Twee sterren staan op producten die wat verder gaan en drie sterren, de hoogste waardering, zijn normen die vergelijkbaar zijn met de biologische regels. Vandaar dat het Beter Leven kenmerk met deze hoogste waardering van dierenwelzijn ook te vinden is op biologische producten.

Meer info: zie www.beterleven.dierenbescherming.nl

Beter Leven keurmerk

 

 

 

Aangezien wij op de kaart graag informatie willen weergeven die klopt en up to date is kunnen wij samen in de gaten houden of dit het geval is. Het is dus een soort herinnering / waarschuwing om te checken of alles nog klopt.

Als gebruiker kunt u reageren op blogs waarbij het prettig is dat er geen onbehoorlijke reacties of spam op de website komt. Daarbij kunt u favoriten aanmaken en ook beoordelingen van bezochte locaties geven. Het is dan fijn dat wij -en andere gebruikers- kunnen varen op reacties van bekende /vertrouwde gebruikers. Zo helpen wij elkaar.

Wij willen graag dat u zich registreert zodat u zelf die gegevens weergeeft die u zelf belangrijk vindt. We zien veel sites waar de informatie niet meer klopt of dat bedrijven zelfs niet meer bestaan.

Ook bij u kunnen er in de loop van tijd zaken veranderen u bent dus zelf in controle om te zorgen dat uw bezoekers niet te vergeefs langskomen of teleurgesteld zijn over het door u aangeboden assortiment.

U kunt per registratie een locatie/item aanmaken.

Stel u wilt uw bedrijf op onze voorpagina hebben staan. Dan kan dit voor:

2 weken voor € 50

1 maand voor:  € 100

3 maanden voor:  € 250

Aangezien we zorgvuldig bedrijven toevoegen gaat dit niet heel snel. Het liefst zouden we zien dat u uw eigen biologische bedrijf toevoegt. Dit kan eenvoudig door te registreren en een ‘item’ aan te maken. Mocht u hier hulp bij nodig hebben dan zijn wij daartoe altijd bereidt.

Ook kunt u ons uw gegevens mailen dan behandelen wij uw bedrijf met voorrang.

Testfase

Aangezien we op dit moment in de ontwikkelingsfase zitten hopen wij op uw feedback en op en aanmerkingen, tips noemt u maar op.  Graag willen wij u betrekken bij de ontwikkeling van de website. Dat kan op verschillende manieren:

Heeft u een biologisch bedrijf? Registreer en voeg uw biologische bedrijf toe dan kunt u het volgende:

  • Uw bedrijf met gegevens komen op de website te staan;
  • U kunt extra inhoud toevoegen aan  de basale gegevens;
  • U kunt een evenement aanmaken;
  • Dezelfde zaken als ‘gewone’ gebruiker.

U registreert als gebruiker dan kunt u het volgende:

  • U kunt locaties aan uw favorieten toevoegen;
  • U kunt reviews / recensies schrijven;
  • U kunt reageren op posts

Heeft u kennis van de ontwikkelingen op het gebied van biologische voedsel, leuke recepten dan kunt U mee schrijven op ons Bloggedeelte. Neem contact met ons op via de mail of een bericht op de website.